• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Genesis 3 beschrijft met verrassende precisie het verschijnsel van schaamte, die in de eerste mens samen met de erfzonde verscheen. Een zorgvuldige overweging van deze tekst maakt het ons mogelijk daaruit af te leiden dat de schaamte, die de plaats van de wederzijdse relatie tussen de man en de vrouw en van het absolute vertrouwen verbonden met de vroegere toestand van oorspronkelijke onschuld heeft ingenomen, een diepere dimensie heeft. In dit verband volstaat het hoofdstuk 3 van Genesis tot het einde te herlezen en zich niet te beperken tot vers 7 of zelfs tot de verzen 10-11, die de getuigenis over de eerste ervaring van de schaamte bevatten. Na dit verhaal breekt de dialoog van de man en de vrouw met God-Jahwe af en begint een monoloog. Jahwe richt zich tot de vrouw en spreekt eerst over de pijn van de bevalling, die haar van nu af aan zal begeleiden: “Zeer zwaar zal ik maken de lasten van uw zwangerschap: met pijn zult gij kinderen baren” (Gen. 3, 16).

Daarop volgt de uitdrukking die kenmerkend is voor de toekomstige relaties tussen de man en de vrouw: “Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, hoewel hij over u heerst” (Gen. 3, 16).

Evenals die van Genesis 2:24 (Gen. 2, 24) hebben deze woorden een op de toekomst gericht karakter. De scherpe formulering van 3:16 (Gen. 3, 16) lijkt de feiten als een geheel te beschouwen die in zekere zin al in de oorspronkelijke ervaring van de schaamte zijn opgedoken en vervolgens in de gehele innerlijke ervaring van de ‘historische’ mens zullen worden geopenbaard. De geschiedenis van het menselijk geweten en van de menselijke harten zal voortdurend de woorden van Genesis 3:16 bevestigen. De woorden aan het begin lijken te verwijzen naar een bepaalde ‘ontwaarding’ van de vrouw ten opzichte van de man. Maar er is geen reden om ze te begrijpen als een ontwaarding of een sociale ongelijkheid. In tegendeel, de uitspraak: “Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, hoewel hij over u heerst” duidt onmiddellijk een andere vorm van ongelijkheid aan, dat de vrouw dit als een gebrek aan volledige eenheid zal voelen, juist in het brede kader van de eenwording met de man waartoe beiden volgens Genesis 2:24 zijn geroepen.

De woorden van God-Jahwe: “Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, hoewel hij over u heerst” (Gen. 3, 16) hebben niet uitsluitend betrekking op het moment van de eenwording van de man en de vrouw wanneer beiden zich op een zodanige wijze verenigen dat ze één vlees worden Vgl. Gen. 2, 24 , maar ze verwijzen naar het ruime kader van de betrekkingen, zelfs onrechtstreekse, met inbegrip van de echtelijke eenwording in hun geheel. Voor de eerste keer wordt de man hier gedefinieerd als de ‘echtgenoot’. In de hele context van het Jahwistische verhaal betekenen deze woorden (Gen. 3, 16) bovenal een breuk, een fundamenteel verlies van de oorspronkelijke gemeenschap van personen. Deze laatste had man en vrouw wederzijds gelukkig moeten maken dankzij het nastreven van een eenvoudige en pure eenwording in menselijkheid door een wederzijdse zelfgave, dat wil zeggen de ervaring van de gave van de persoon met ziel en lichaam uitgedrukt in de mannelijkheid en de vrouwelijkheid – ‘vlees van mijn vlees’ (Gen. 2, 23) – en tenslotte zou het hen gelukkig hebben gemaakt door de ondergeschiktheid van deze eenwording aan de zegen van de vruchtbaarheid door de ‘voortplanting’.

Het lijkt er dus op dat er in de woorden die God Jahwe tot de vrouw richt een diepere echo van de schaamte weerklinkt die man en vrouw begonnen te ervaren na de breuk met het oorspronkelijke verbond met God. Bovendien vinden we er een meer volledige motivatie van deze schaamte. Op een zeer discrete maar toch te ontcijferen en expressieve manier getuigt Genesis 3:16 dat de oorspronkelijke zaligmakende sponsale éénwording van personen in het hart van de mens zal worden vervormd door de begeerte. Deze woorden zijn rechtstreeks gericht tot de vrouw maar ze verwijzen naar de man of liever gezegd naar beiden samen.

Document

Naam: EEN DIEPERE DIMENSIE VAN DE SCHAAMTE
30e catechese in de reeks: Theologie van het Lichaam
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 18 juni 1980
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Uitg. Betsaida, Den Bosch
© 2016, Vertaling: Uitg. Betsaida
Bewerkt: 8 december 2021

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test