• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In de Bergrede zegt Christus: “Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg u: Alwie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd” (Mt. 5, 27-28). Sinds enige tijd proberen we door te dringen tot de betekenis van deze uitspraak door de afzonderlijke elementen te analyseren om de tekst als geheel beter te begrijpen.

Wanneer Christus spreekt over de man ‘die kijkt om te begeren’, wijst Hij niet alleen op de dimensie van de intentionaliteit van het ‘kijken’ en dus op de begerige kennis, de psychologische dimensie, maar Hij wijst ook op de dimensie van de bedoeling van het bestaan zelf van de man. Hij toont zo wie de vrouw ‘is’ naar wie hij ‘kijkt om te begeren’, of zelfs wie zij ‘wordt’ voor de man. In dat geval bepaalt en definieert de intentionaliteit van de kennis de intentionaliteit van het bestaan zelf. In de situatie die Christus beschrijft, verglijdt deze dimensie eenzijdig van de man, die het subject is, naar de vrouw die een object geworden is (dat betekent echter niet dat deze dimensie enkel unilateraal zou zijn); op dit ogenblik zullen we de geanalyseerde situatie niet omgooien noch zullen we ze naar de beide partijen uitbreiden, tot elk van beide subjecten. Laten we enkel stilstaan bij de situatie die door Christus beschreven is en onderstrepen dat het gaat om een ‘zuiver innerlijke’ handeling, verborgen in het hart en die halt houdt op de drempel van de blik.

Het volstaat om op te merken dat in dit geval de vrouw – die als gevolg van haar persoonlijke subjectiviteit eeuwig ‘voor de man’ bestaat, terwijl ze verwacht dat hij ook om dezelfde reden ‘voor haar’ bestaat – is beroofd van de betekenis van haar aantrekkingskracht als een persoon die evenwel behoort tot het ‘eeuwig vrouwelijke’, en dat ze op hetzelfde moment een louter object voor de man wordt: dat wil zeggen dat ze intentioneel begint te bestaan als een object tot mogelijke bevrediging van de seksuele behoefte van de man, inherent aan zijn mannelijkheid. Hoewel de handeling volledig innerlijk is, verborgen in het ‘hart’ en enkel uitgedrukt door de blik, treedt er in hem (subjectief unilateraal) al een verandering op {in de intentionaliteit zelf} N.v.d.u.: De woorden tussen { ..} ontbreken in de tekst van de Insegnamenti. Ze werden in de Italiaanse uitgave Uomo e Donna, in de Engelse uitgave van Michael Waldstein en in de Franse van Yves Semen toegevoegd. Wij doen hetzelfde. van het bestaan. Als dat niet zo was, als het niet om zo’n diepe verandering ging, dan zouden de volgende woorden van de zin: “...heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd” (Mt. 5, 28) geen betekenis hebben.

Document

Naam: DE BEGEERTE: ‘GEMEENSCHAP’ VAN PERSONEN VERSUS ‘DRIFT’ VAN DE NATUUR
41e catechese in de reeks: Theologie van het Lichaam
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 24 september 1980
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Uitg. Betsaida, Den Bosch
© 2016, Vertaling: Uitg. Betsaida
Bewerkt: 8 december 2021

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test