• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Huwelijksgegevenheid van het lichaam en openbaring van de persoon Genesis 2, 25 zegt daar echter nog meer over. Deze passage geeft namelijk de mogelijkheid en de kwalifi­catie van die wederkerige 'lichaamservaring' aan. Zij maakt het bovendien mogelijk die echtelijke betekenis van het lichaam in actu te identificeren. Wanneer wij lezen dat 'zij naakt waren en geen schaamte voor elkaar voelden', raken wij er indirect de wortel en reeds rechtstreeks de vruchten van. Innerlijk vrij van elke dwang van hun eigen lichaam en sekse, vrij met de vrijheid van de gave, kunnen zij als man en vrouw de volle waarheid, heel de evidentie van het mens-zijn ge­nieten, zoals Jahwe-God hun die had geopenbaard in het mysterie van de schepping.

Die waarheid omtrent de mens die de Concilietekst met de al geciteerde woorden nader omschrijft, heeft twee hoofdaccenten.

  • Het eerste zegt dat de mens het enige schepsel op aarde is dat 'om zichzelf' door de Schepper gewild is;
  • het tweede bestaat in de uitspraak dat die zelfde mens die de Schepper van 'het begin' af zo gewild heeft, zichzelf alleen kan vinden door een 'oprechte gave van zichzelf'.
Nu kan die waarheid omtrent de mens die met name de oorspronkelijk met het 'begin' van de mens in het scheppingsmysterie verbonden omstandigheden lijkt te bevatten, op basis van de Concilietekst in beide richtingen herlezen worden. Zo'n herlezing helpt ons tot een nog beter verstaan van de echtelijke betekenis van het lichaam die opgesloten blijkt te liggen in de oorspronkelijke omstandigheden van de man en de vrouw Vgl. Gen. 2, 23-25 en heel in het bijzonder in de betekenis van hun oorspronkelijke naaktheid.

Als aan de wortel van de naaktheid, zoals we hebben vastgesteld, de innerlijke vrijheid van de gave ligt - de belangeloze gave van zichzelf - dan schept deze gave voor beiden, man en vrouw, juist de mogelijkheid elkaar over en weer te vinden op grond van het feit dat de Schepper elk van beiden gewild heeft 'om zichzelf'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24 En zo vindt de man bij de eerste gelukkig makende ontmoeting de vrouw, en vindt de vrouw de man. En zo heet de man de vrouw innerlijk van harte welkom; hij verwelkomt haar zoals de Schepper haar 'om haarzelf' gewild heeft, zoals zij met haar vrouw-zijn gevormd is in het mysterie van het beeld van God; en omgekeerd verwelkomt de vrouw de man op dezelfde manier zoals de Schepper hem 'om zichzelf' gewild heeft en hem met zijn man-zijn heeft gevormd. Daarin bestaat de openbaring en de ontdek­king van de echtelijke betekenis van het lichaam. Het jahwistische verhaal en met name Genesis 2, 25 wettigen voor ons de conclusie dat de mens, als man en vrouw, de wereld binnentreedt met het volle besef van wat zijn eigen lichaam, zijn man-zijn en zijn vrouw-­zijn, betekent.

Het innerlijk door de 'oprechte gave' van de persoon georiënteerde menselijk lichaam openbaart niet alleen het man-zijn en het vrouw-zijn op lichamelijk vlak, maar openbaart ook zulk een waarde en zulk een schoonheid dat de gewoon fysieke dimensie van de seksualiteit er totaal door overtroffen wordt. De bijbelse traditie geeft een verre echo weer van de fysieke volmaaktheid van de mens. De vorst van Tyrus impliciet vergelijkend met Adam in Eden, schrijft de profeet Ezechiël: "Gij waart een paradijswezen
vol van wijsheid
en uitermate schoon.
Gij waart in Eden,
de tuin van God ...
" (Ez. 28, 12 - 13)
Op die manier wordt het besef van de 'echtelijke', met het man- of vrouw-zijn van de mens samenhangende betekenis van het lichaam vervolledigd. Enerzijds wijst die betekenis op een bijzonder vermogen om de liefde uit te drukken waarin de mens gave wordt. Anderzijds beantwoordt daaraan het vermogen en de diepe beschikbaarheid voor 'de bevestiging van de persoon'. Dat komt letterlijk neer op het vermogen om het feit te beleven dat de ander - de vrouw voor de man en de man voor de vrouw - door middel van het lichaam iemand is die door de Schepper gewild is 'om zichzelf', dat wil zeggen: uniek, onherhaalbaar: iemand die gekozen is door de eeuwige liefde.

De 'bevestiging van de persoon' is niets anders dan het verwelkomen van de gave: een gave die door haar wederkerigheid de gemeenschap van personen schept. Deze wordt van binnen uit opgebouwd en omvat ook heel de 'uitwendigheid' van de mens, dat wil zeggen al wat de zuivere en eenvoudige naaktheid van het lichaam vormt in zijn mannelijkheid en vrouwelijkheid. Dan voelen man en vrouw, zoals we lezen in Genesis 2, 25, 'geen schaamte voor elkaar'. De bijbelse uitdrukking 'niet voelen' wijst rechtstreeks op 'de ervaring' als subjectieve dimensie.

Document

Naam: DE PERSOON, DE MENS WORDT EEN GAVE IN DE VRIJHEID VAN DE LIEFDE
15e Catechese in de reeks: Theologie van het Lichaam,
Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 januari 1980
Copyrights: © 1981, "Naar Gods beeld, man en vrouw", uitg. Nieuwe Stad, Antwerpen
Aanvullende vertalingen: Stg. InterKerk, Poeldijk
Bewerkt: 8 december 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test