• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het gevaar nu ligt hierin, dat wij bij onze geloofsact of in onze verering de goddelijke personen met elkaar zouden vereenzelvigen of dat wij de éne natuur in hen zouden scheiden, want: “Dit is het katholieke geloof, dat wij in de Drie-eenheid één God en in de eenheid de Drievuldigheid vereren." Geloofsbelijdenis, Pseudo Athanasiaanse Geloofsbelijdenis, Quicumque (30 nov 429), 1. DH 75

Daarom weigerde onze voorganger Innocentius XII absoluut het verzoek om een eigen feest ter ere van de Vader in te stellen. Al vieren wij op bepaalde feestdagen de afzonderlijke geheimen van het mensgeworden Woord, toch wordt niet het Woord, uitsluitend volgens Zijn goddelijke natuur, door een apart feest gevierd. Ook het Pinksterfeest is in de oudheid ingesteld niet om de Heilige Geest zonder meer te vereren, maar om Zijn komst of Zijn zending naar buiten te gedenken. Dit alles is wijs geregeld, opdat niemand wellicht door het onderscheid in de personen er toe zou komen, een onderscheid in Gods natuur aan te nemen.

De Kerk heeft zelfs, om haar kinderen in het zuivere geloof te bewaren, het feest ingesteld van de Allerheiligste Drie-eenheid en Johannes XXII heeft later in het jaar 1331 de viering hiervan voor heel de Kerk verplichtend gesteld. Zij gaf verlof, altaren en kerken aan dat geheim toe te wijden en schonk op uitdrukkelijke wenk van de hemel haar goedkeuring aan de orde van kloosterlingen tot vrijkoping van gevangenen, die een bijzondere godsvrucht beoefent tot de Drie-eenheid en er naar genoemd wordt. 

Deze bezorgdheid van de Kerk wordt veelvuldig bevestigd. De verering immers, die wij bewijzen aan de heiligen in de hemel en aan de engelen, aan de heilige Maagd en Moeder Gods, aan Christus, valt ten slotte terug op de Drie-eenheid zelf en vindt daar haar bekroning. In de gebeden, die gericht worden tot één persoon, worden ook de andere vermeld. De aanroeping van de afzonderlijke personen gaat in een litanie vergezeld met het aanroepen van de personen gemeenschappelijk. Alle psalmen en hymnen eindigen met de verheerlijking van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zegeningen, gewijde handelingen, sacramenten worden voltrokken onder aanroeping van de Heilige Drie-eenheid of worden er door tot stand gebracht. 

De Apostel had reeds vroeger hierop gewezen, toen hij schreef: “Immers uit Hem, en door Hem, en in Hem is alles; Hem zij glorie in eeuwigheid." (Rom. 11, 36) Enerzijds gaf hij daarmede de drievuldigheid van personen aan en anderzijds bevestigde hij daardoor de eenheid van natuur. Omdat deze één en dezelfde is in de personen afzonderlijk, daarom komt aan ieder afzonderlijk als één en dezelfde God gelijkelijk de eeuwige glorie van majesteit toe. In zijn verhandeling over dit Bijbelgetuigenis zeide Augustinus: “Het woord van de Apostel «uit Hem, en door Hem, en in Hem» moet niet zonder persoonsonderscheid worden opgevat; want het «uit Hem» slaat op de Vader, het «door Hem» op de Zoon, het «in Hem» op de Heilige Geest." H. Augustinus, Over de Drie-eenheid, De Trinitate. l. 4, c. 10, n. 12: PL 42, 932; l. 1, c.6, n. 12: PL 42, 827

Document

Naam: DIVINUM ILLUD MUNUS
Over de Heilige Geest
Soort: Paus Leo XIII - Encycliek
Auteur: Paus Leo XIII
Datum: 9 mei 1897
Copyrights: © 1957, Ecclesia Docens 0776, NV Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R. en Dr. Chr. Oomen C.ss.R.
Bewerkt: 30 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test