• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De onfeilbaarheid waaraan de Kerk deelheeft vertaalt zich concreet in het bestaan van een specifieke functie, nl. het Leergezag, die de Kerk in staat stelt met zekerheid de goddelijke Schriften en de heilige Overlevering te bereiken, welke tezamen de “hoogste regel van haar geloof” vormen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 21 De Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
leert hieromtrent: “De zending van het leergezag is verbonden met het definitieve karakter van het verbond dat door God in Christus met zijn volk aangegaan is; dit leergezag moet het beschermen tegen afwijkingen en tekortkomingen en het de objectieve mogelijkheid geven zonder dwaling het authentieke geloof te belijden. De pastorale taak van het leergezag houdt derhalve onder meer in erop toe te zien dat het volk van God blijft in de waarheid die bevrijdt. Om dit dienstwerk te vervullen heeft Christus de herders begiftigd met het charisma van de onfeilbaarheid inzake geloof en zeden.” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 890 De uitoefening van dit charisma is echter gediversifieerd wat betreft zowel de modaliteiten als de personen die dit charisma uitoefenen.

Op het niveau van de universele Kerk is het nodig vooral de specifieke zending van de Opvolger van Petrus te vermelden in het bevestigen van zijn broeders in het geloof. Vgl. Lc. 22, 32 Het is hier niet de plaats om de leer van de pauselijke onfeilbaarheid te behandelen, maar om de bijzondere en hoogste verantwoordelijkheid van de Paus te onderstrepen inzake het bewaren van de gezonde leer. In haar Congregatie voor de Geloofsleer
Het Primaatschap van de Opvolger van Petrus in het mysterie van de Kerk
Beschouwingen (31 oktober 1998)
omtrent het primaat van de Opvolger van Petrus, bevestigt de Congregatie voor de Geloofsleer dat “de Paus, zoals alle gelovigen, onderworpen is aan het Woord van God, aan het katholieke geloof en hij is de garantie voor de gehoorzaamheid van de Kerk en in deze zin servus servorum. Hij beslist niet volgens zijn eigen wil maar geeft stem aan de wil van de Heer, die tot de mens spreekt in de Schrift, geleefd en geïnterpreteerd door de Overleving; met andere woorden, het episkopè van het primaatschap heeft haar grenzen die voortkomen uit de goddelijke wet en uit de niet te ontkrachten goddelijke instelling van de Kerk, zoals deze vervat ligt in de Openbaring. De Opvolger van Petrus is de rots die, tegen de willekeur en het conformisme, een gestrenge trouw aan het Woord van God garandeert: hieruit volgt ook het martyrologisch karakter van zijn Primaatschap.” Congregatie voor de Geloofsleer, Beschouwingen, Het Primaatschap van de Opvolger van Petrus in het mysterie van de Kerk (31 okt 1998), 7 Met deze woorden wordt opnieuw uitdrukking gegeven aan de dienende dimensie van het Leergezag. Het Leergezag, zo leest men in 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
“staat niet boven het woord Gods maar is de dienaar er van door alleen te leren wat overgeleverd is, inzoverre het namelijk dit overgeleverde krachtens goddelijke opdracht en onder de bijstand van de Heilige Geest, met eerbied aanhoort, heilig bewaart en trouw uiteenzet, en doordat het uit deze éne geloofsschat alles put, wat het als door God geopenbaard te geloven voorhoudt.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 10

Daarom, indien het enerzijds waar is dat “vanwege het allerhoogste karakter van de macht van het Primaatschap, er geen enkele instantie waaraan de Paus juridisch dient te antwoorden bij de uitoefening van het ontvangen geschenk: “prima sedes a nemina iudicatur” - "de allereerste zetel wordt door niemand geoordeeld”, dan betekent dit anderzijds niet dat de Paus een absolute macht bezit. Congregatie voor de Geloofsleer, Beschouwingen, Het Primaatschap van de Opvolger van Petrus in het mysterie van de Kerk (31 okt 1998), 10 In die zin is het correct te spreken over het Leergezag als een ancilla Verbi Dei - dienstmaagd van het Woord Gods -, ten dienst van de waarheid van de goddelijke Openbaring, d.i. de geloofsschat, waarbij het Leergezag als taak heeft deze zorgzaam te verdedigen en getrouw uiteen te zetten Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 21, waakzaam en met gebruikmaking van de gepaste middelen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25 In werkelijkheid “hebben wij geen enkele macht tegen de waarheid, maar voor de waarheid”, zoals dezelfde apostel Paulus zegt (2 Kor. 13, 8).

Het Dicasterie, waaraan ik de eer en de last heb leiding te geven, levert een bijzondere hulp aan de petrinische zending voor wat betreft de leer over het geloof en de zeden. “Hieruit volgt dat de documenten van deze Congregatie welke uitdrukkelijk door de Paus zijn goedgekeurd, deelhebben aan het gewone leergezag van de opvolger van Petrus”. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie over de Kerkelijke Roeping van de Theoloog, Donum Veritatis (24 mei 1990), 18 Maar de taak van deze Congregatie, institutioneel bekrachtigd, bestaat er niet enkel in de Bisschop van Rome bij te staan in zijn taak van Hoogste Herder van de universele Kerk. De Congregatie, zo leest men in de Apostolische Constitutie H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Constitutie
Pastor Bonus
Over de hervorming van de Romeinse Curie
(28 juni 1988)
, “biedt Bisschoppen, zowel individueel als in vergaderingen verenigd, hulp bij de uitoefening van de taak, als authentieke leermeesters en doctoren van het geloof, en die ook aan de plicht gehouden zijn om de zuiverheid van hetzelfde geloof te beschermen en te bevorderen.” H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Over de hervorming van de Romeinse Curie, Pastor Bonus (28 juni 1988), 50 In werkelijkheid mogen noch het petrinisch ambt noch de specifieke rol van de Congregatie voor de Geloofsleer geïsoleerd worden van de munus docendi, toevertrouwd aan zowel elke afzonderlijke bisschop als het bisschoppelijk College in zijn geheel. “Alle bisschoppen immers moeten de eenheid van het geloof en de gemeenschappelijke discipline van de gehele Kerk bevorderen en verdedigen. … Zij moeten tenslotte alle soort van activiteit, die van de gehele Kerk uitgaat, stimuleren, vooral waar het gaat om de verbreiding van het geloof en het brengen van het licht van de volle waarheid aan alle mensen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23, aldus de dogmatische Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
. Het motief ten gronde is dat “de zorg voor de verkondiging van het Evangelie over heel de wereld rust op het college van bisschoppen, want aan allen gemeenschappelijk heeft Christus deze opdracht gegeven en hun daarmee een gemeenschappelijke plicht opgelegd.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23 Niemand minder dan de apostel Paulus heeft deze “zorg voor alle Kerken” uitgesproken en intens beloofd, een zorg die elke opvolger van de apostelen moet bezielen. Vgl. 2 Kor. 11, 28

Indien het waar is “dat alle bisschoppen in een hiërarchische gemeenschap mede de zorg dragen voor de universele Kerk” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 5, dan geldt dit in het bijzonder op het gebied van het onderricht, de eerste taak die is toevertrouwd aan de Herders. Men zou vele teksten kunnen citeren omtrent de verantwoordelijkheid van de Bisschoppen op het gebied van de leer. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 12-24 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Bisschoppen, Pastores Gregis (16 okt 2003), 29 De waakzaamheid voor de leer en de moraal van de gelovigen is een fundamentele pastorale zorg en zij aanbelangt alle Herders van de Kerk. In werkelijkheid, “in de particuliere Kerken komt het aan de bisschop toe het Woord van God te bewaren en te interpreteren en met gezag te beoordelen wat hiermee overeenstemt of minder mee overeenstemt. Het onderricht van elke bisschop, afzonderlijk beschouwd, wordt uitgeoefend in gemeenschap met het onderricht van de Paus, Herder van de universele Kerk, en met de andere bisschoppen, verspreid over de wereld, of verzameld op een oecumenisch Concilie. Deze gemeenschap is voorwaarde voor de authenticiteit van het onderricht." Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie over de Kerkelijke Roeping van de Theoloog, Donum Veritatis (24 mei 1990), 19 In zijn brieven biedt de heilige Ignatius van Antiochië hieromtrent een prachtig voorbeeld van het episkopè van de goede Herder die ook in staat is zijn kudde te bewaren voor giftige planten, d.w.z. de ketterijen, die hij ook noemt “het gras van de duivel”. Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efesiërs, Epistula ad Ephesios. 10, 3 Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Trallia, Epistula ad Trallianos. 6, 1; 11, 1 Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Philadelphia, Epistula ad Philadelfiesi. 3, 1 Het lijkt overigens evident dat het spreken over een recht van het Volk Gods om de boodschap van het Evangelie in haar zuiverheid en integraliteit te ontvangen enkel zin heeft indien er een overeenkomstige plicht bestaat van de kant van de Herders. Wat dit betreft, zo bevestigt Paus Franciscus, is het doorheen de gave van de apostolische successie “dat er een waarborg is voor de continuïteit van de herinnering van de Kerk en het mogelijk is met zekerheid te putten uit de zuivere bron waaruit het geloof ontspringt. In overeenstemming met het levende geloof dat de Kerk overlevert, zijn het levende personen die de waarborg vormen voor de band met de oorsprong. Het geloof steunt op de betrouwbaarheid van de getuigen, die door de Heer voor deze taak werden uitgekozen. Daarom spreekt het leergezag steeds gehoorzaam aan het oorspronkelijke Woord van God, waarop het geloof gegrondvest is. Het leergezag is betrouwbaar, omdat het zich toevertrouwt aan het Woord dat het hoort, bewaart en uitlegt.” Paus Franciscus, Encycliek, Licht van het geloof, Lumen Fidei (29 juni 2013), 49

Document

Naam: DE THEOLOGISCHE AARD VAN DE DOCTRINAIRE COMMISSIES EN DE TAAK VAN DE BISSCHOPPEN ALS MEESTERS VAN HET GELOOF
Esztergom
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Gerhard Ludwig Kard. Müller, prefect
Datum: 13 januari 2015
Copyrights: © 2015, Vaticana.va / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: Dr. J. Vijgen; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test