• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Als antwoord op de vraag naar de eenheid en de onontbindbaarheid van het huwelijk verwees Christus naar wat was geschreven over het huwelijk in het Boek Genesis. In onze vorige twee overwegingen (H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Het eerste scheppingsverhaal met een objectieve definitie van de mens
Theologie van het Lichaam, Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw, catechese over het Boek Genesisnr. 2
(12 september 1979)
en H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Het tweede scheppingsverhaal met een subjectieve definitie van de mens
Theologie van het Lichaam, Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw, catechese over het Boek Genesisnr. 3
(19 september 1979)
) hebben we een analyse gegeven van zowel de zgn. Elohistische tekst (Gen. 1) als de jawhistische (Gen. 2). Vandaag willen we enkele conclusies trekken uit deze analyses.

Wanneer Christus verwijst naar het "begin", vroeg hij aan Zijn ondervragers om verder te gaan, in een zekere zin tot over de grenzen die in Genesis ligt tussen de staat van de oorspronkelijke onschuld en dat van de zondigheid, welke begon met de zondeval.

De grens tussen de zondetoestand van de mens en de toestand van zijn oorspronkelijke onschuld kan men symbolisch afgebakend zien door de boom van de kennis van goed en kwaad. Beide situaties hebben hun eigen dimensie bij de mens, in zijn diepste innerlijk, in zijn kennis, in zijn bewustzijn, in de keuzes die hij doet en de beslissingen die hij neemt, en dit alles met betrekking tot God zijn Schepper, die in de jahwistische tekst (Genesis 2 en 3) tegelijk de God is van het Verbond, van het oudste verbond van de Schepper met zijn schepsel, de mens.

Als uitdrukking en symbool van het verbond met God dat in het hart van de mens werd geschonden, bakent de boom van de kennis van goed en kwaad twee situaties af en plaatst hij twee diametraal tegengestelde toestanden tegenover elkaar: die van de oorspronkelijke onschuld en die van de eerste zonde en daarmee tegelijk van de erfelijke 'zondigheid' van de mens die daaruit voortvloeit. Maar de woorden van Christus die naar 'het begin' verwijzen, veroorloven ons in de mens een wezenlijke continuïteit te vinden alsook een band tussen deze twee verschillende toestanden of dimensies van het menselijk wezen.

De zondetoestand maakt deel uit van de 'historische' mens, zowel die waarover Matteüs spreekt in het 19e hoofdstuk van zijn evangelie - namelijk de ondervrager van Jezus in die tijd - als elke andere, potentiële of werkelijke ondervrager op elk moment van de geschiedenis en dus ook de mens van vandaag. Maar bij elke mens, zonder de minste uitzondering, stoelt deze toestand - de 'historische' toestand - juist op zijn eigen theologische 'prehistorie', die de toestand van de oorspronkelijke onschuld is.

Document

Naam: DE GRENS TUSSEN DE OORSPRONKELIJKE ONSCHULD EN DE VERLOSSING BEWERKT DOOR CHRISTUS
Theologie van het Lichaam,
Deel 1, De oorspronkelijke eenheid van man en vrouw,
catechese over het Boek Genesis
nr. 4
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 26 september 1979
Copyrights: © 1981, "Naar Gods beeld, man en vrouw", uitg. Nieuwe Stad, Antwerpen
Aanvullende vertalingen: Stg. InterKerk, Poeldijk
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test