H. Paus Paulus VI - 21 september 1966
Maar wanneer deze grenzen eenmaal zijn vastgesteld - die juist door de waardigheid van het woord van God, dat voor altijd eenduidig moet vaststaan, worden vereist -, blijft er een zeer omvangrijk veld van onderzoek openliggen, waarbinnen ,zowel voor de geestelijken als voor de leken een rechtmatige vrijheid van onderzoek en van opvattingen' wordt erkend, .als een rechtmatige vrijheid om bescheiden en tegelijk moedig hun manier van denken naar voren te brengen op het terrein waarop zij deskundig zijn' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 62. Juist deze legitieme vrijheid is de basis van de ontwikkeling van de theologie. Want men kan ,langs verschillende wegen en door verschillende methoden tot kennis van het goddelijke komen', zoals het concilie verklaart, .en het is dan ook niet verwonderlijk, dat bepaalde aspecten van het geopenbaarde mysterie soms beter door de een worden begrepen en uiteengezet dan door de ander; zoals men ook moet bedenken, dat van elkaar verschillende theologische uitspraken vaker elkaar aanvullen dan tegenstrijdig zijn' 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 17 Laten de theologen zich dus van de nauwe begrenzing van hun eigen krachten bewust worden; en laten zij de opvattingen van anderen naar behoren respecteren, speciaal van hen die door de Kerk als de meest vooraanstaande getuigen en vertolkers van de christelijke leer worden erkend, zoals het concilie zegt naar aanleiding van de universiteiten: ,ieder vakgebied ( ... ) moet zo worden ontwikkeld, dat men er ( ... ) dank zij een zorgvuldige beoordeling van de problematiek en van de nieuw verworven resultaten in het actuele stadium van de wetenschap, een dieper inzicht in krijgt, hoe geloof en rede beide op de ene en unieke waarheid zijn gericht; en dit in de voetsporen van de kerkleraren, speciaal van de heilige Thomas van Aquino' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de Christelijke opvoeding, Gravissimum Educationis (28 okt 1965), 10. Wie deze vrijheid bij zichzelf en bij anderen respecteert, zal nooit een te groot zelfvertrouwen hebben; hij zal niet op de opvattingen van andere theologen neerzien, en hij zal er niet aan denken zijn eigen hypothesen als vaststaande waarheid te verkondigen; maar hij zal in bescheidenheid op een dialoog met anderen uit zijn, en de waarheid steeds boven zijn eigen ideeën en vermoedens stellen.