• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Velen beschuldigen het huidige Leergezag van involutie ten opzichte van het Leergezag van het Concilie en van het voorstellen van een preconciliaire visie van het huwelijk.

Enkele theologen zeggen dat er aan de nieuwe documenten van het Leergezag over de vraagstukken van het huwelijk een naturalistische, legalistische opvatting van het huwelijk ten grondslag zou liggen. De nadruk zou gelegd zijn op het contract tussen de echtgenoten en op het ius in corpus. Het Concilie zou dit statische begrip hebben achterhaald en het huwelijk op een meer personalistische wijze beschreven hebben als een verbond van liefde en leven. Zo zou het opening hebben gegeven aan mogelijkheden om moeilijke situaties op een menselijker wijze op te lossen. Deze gedachtelijn uitwerkend stellen enkele geleerden de vraag of men niet zou kunnen spreken van een “dood van het huwelijk” wanneer de persoonlijke liefdesband tussen de twee echtgenoten niet meer bestaat. Anderen brengen de oude vraag naar voren of de Paus in zulke gevallen niet de mogelijkheid heeft het huwelijk te ontbinden.

Wie de recente kerkelijke uitspraken echter aandachtig leest, zal erkennen dat deze zich in de centrale verklaringen baseren op 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
en met volkomen personalistische kenmerken de leer die in het Concilie is vervat verder ontwikkelen op het spoor dat door het Concilie is aangegeven. Het is echter inadequaat een tegenstelling tussen de personalistische en de juridische visie van het huwelijk te introduceren. Het Concilie heeft niet gebroken met de traditionele opvatting van het huwelijk, maar heeft haar verder ontwikkeld. Wanneer bijvoorbeeld voortdurend wordt herhaald dat het Concilie het strikt juridische concept “contract” heeft vervangen door het bredere en theologisch diepere concept “verbond”, mag men in dit verband niet vergeten dat ook het “verbond” het element “contract” bevat, ook al is het in een breder perspectief geplaatst. Dat het huwelijk veel verder gaat dan het puur juridische aspect en verzonken is in de diepten van het menselijke en in het mysterie van het goddelijke, is in feite altijd al gezegd met het woord “Sacrament”, maar het is zeker vaak niet benadrukt met de duidelijkheid die het Concilie aan deze aspecten heeft gegeven. Het recht is niet het geheel, maar een onmiskenbaar deel, een dimensie van het geheel. Er bestaat geen huwelijk zonder wettelijke voorschriften die het invoegen in een wereldomvattend geheel van maatschappij en Kerk. Als de herschikking van het recht na het Concilie ook het terrein van het huwelijk aanroert, dan is dit geen verraad van het Concilie, maar uitvoering van de opdracht ervan.

Als de Kerk de theorie zou accepteren dat een huwelijk dood is wanneer de twee echtgenoten niet meer van elkaar houden, dan zou ze hiermee de scheiding goedkeuren en de onontbindbaarheid van het huwelijk alleen nog verbaal onderschrijven, maar feitelijk niet meer. De mening volgens welke de Paus een geconsumeerd sacramenteel huwelijk dat onherstelbaar mislukt is eventueel zou kunnen ontbinden, moet daarom worden gekwalificeerd als onjuist. Een dergelijk huwelijk kan door niemand worden ontbonden. In de huwelijksviering beloven de echtgenoten elkaar trouw tot de dood.

Verdere diepgaande studies zijn echter nodig over de vraag of niet-gelovige christenen – gedoopten die nooit in God geloofd hebben of niet meer in God geloven – werkelijk een sacramenteel huwelijk kunnen sluiten. Met andere woorden: er zou verduidelijkt moeten worden of elk huwelijk tussen twee gedoopten werkelijk ipso facto een sacramenteel huwelijk is. Ook het Wetboek vermeldt feitelijk dat alleen het “geldig” huwelijkscontract tussen gedoopten tegelijkertijd sacramenteel is. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1055. § 2 Het geloof behoort tot de essentie van het Sacrament; de juridische vraag welk bewijs van “geen geloof” tot gevolg zou hebben dat een Sacrament niet plaatsvindt, moet nog verhelderd worden. Paus Benedictus XVI, Toespraak, In de parochiekerk van Introd/Aosta, Ontmoeting met priesters uit het Bisdom Aosta (25 juli 2005). Tijdens een ontmoeting met de geestelijkheid van het bisdom Aosta, die plaatsvond op 25 juli 2005, heeft Paus Benedictus XVI over deze moeilijke kwestie bevestigd: “Bijzondere smartelijk is de situatie van hen die in de Kerk trouwden, maar niet echt gelovigen waren en het hebben gedaan uit traditie, en zich vervolgens in een nieuw ongeldig huwelijk bekeren en het geloof vinden en zich van het Sacrament buitengesloten voelen. Dit is werkelijk een groot lijden en toen ik prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer was heb ik verscheidene Bisschoppenconferenties en specialisten uitgenodigd om dit probleem te bestuderen: een Sacrament dat gevierd is zonder geloof. Of er hier werkelijk een moment van ongeldigheid te vinden is, omdat aan het Sacrament een fundamentele dimensie ontbrak, durf ik niet te zeggen. Persoonlijk dacht ik van wel, maar uit de discussies die we hebben gehad heb ik begrepen dat het probleem heel moeilijk is en nog uitgediept moet worden.”

Document

Naam: DE PASTORAAL VAN HET HUWELIJK MOET ZICH BASEREN OP DE WAARHEID
Uit een weinig bekend geschrift van kardinaal Joseph Ratzinger, gepubliceerd in 1998
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 30 november 2011
Copyrights: © 2011, L'Osservatore Romano / Congregatie voor de Geloofsleer "Documenti, Commenti e Studi, 17" (1998)
Vert. vanuit het Italiaans: redactie; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test