• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij zullen Christus in de wereld moeten brengen allereerst door persoonlijke heiliging en persoonlijk getuigen. In die geest sprak Paus Pius XII in 1946 tot de pas gecreëerde Kardinalen:

“De Kerk gaat eerst en vooral vooruit in de diepte, daarna pas in uitbreiding en expansie. Ze zoekt op de eerste plaats de mens zelf. Ze spant zich in om de mens te vormen, om hem in gelijkenis met God te vormen en te vervolmaken. Haar werk wordt voltrokken in de diepte van ieders hart, maar het heeft zijn weerslag op heel het leven en op al de domeinen van ieders activiteit. Met de mensen die zo gevormd zijn bereidt de Kerk een grondslag voor, waarop de gemeenschap veilig kan rusten”. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de nieuwe kardinalen (20 feb 1946)

Wij verheugen ons dan ook zeer, dierbare gelovigen, dat in ons land het besef meer en meer doorbreekt, dat wij allereerst behoefte hebben aan echte christelijke persoonlijkheden, die eerlijk trachten het volle evangelie te beleven en streven naar de “mannenmaat van de volmaakte Christus”. (Ef. 4, 13) De theologie komt hun daarbij te hulp door een taal te spreken, die ook voor de belangstellende leek verstaanbaar is en waarin dogma en leven verbonden worden. Het gebedsleven van vele leken put steeds meer uit de rijke en oude schatten van de liturgie, en hun spiritualiteit vertoont, evenals die van de priesters, gelukkig een meer schriftuurlijk karakter. Velen vragen om meer persoonlijke leiding en hebben behoefte aan dieper en inniger geestelijk leven. Zij zijn niet meer tevreden met algemeenheden en eenzijdig moraliserende vermaningen, maar vragen naar de positieve en rijke inhoud van Gods woord. De katholieke actie tracht langs de weg van kernvorming apostolisch ingestelde persoonlijkheden te vormen ten dienste van parochie, gezin en beroep en het gehele georganiseerde katholieke leven. De jeugdbeweging streeft naar intensieve persoonlijke vorming van haar leden. De godsdienstige verenigingen zoeken steeds meer naar de verwezenlijking van haar eerste doelstelling: bewuste en consequente christenen te vormen. Alom is er verlangen en beweging naar meer persoonlijke vorming en persoonlijke beleving van het Evangelie. Wij steunen van harte iedere poging, die onder leiding van de kerkelijke overheid tracht hernieuwd en verdiept geestelijk leven te wekken “in de diepe van ieders hart”, zoals de heilige Vader zegt, en zodoende waarachtig christelijke persoonlijkheden te vormen.

Op wereldlijk terrein golden daarvoor in ons land bijzondere redenen, die nog steeds aanwezig zijn, deels minder maar deels ook meer klemmend dan in het verleden. Op initiatief van vooruitziende en apostolische leken, daarbij gesteund en geleid door priesters, zijn onder volle goedkeuring van de Bisschoppen verenigingen tot stand gekomen, om de meest bedreigde klassen tot hogere welstand te brengen en ze tevens te vrijwaren voor de grote gevaren, die dreigden van de kant van neutrale of onchristelijke verenigingen. Waar men deze weg tijdig en doelbewust is opgegaan, zijn de katholieken niet vervreemd van de Kerk maar veelal zelfs actief geworden in het katholieke leven in tegenstelling met elders, waar de gevaren niet tijdig konden worden gekeerd. Niemand kan het risico aanvaarden, zo brede lagen van het katholieke volk over te laten aan de vele stromingen, die er op uit zijn ze voor haar doeleinden te winnen.

Het doel van deze katholieke verenigingen is trouwens niet alleen geweest de zwakkeren en de zwaksten vooruit te helpen en hen te bewaren in het heilig geloof. Van het begin af aan heeft de leiders voor de geest gestaan, de leden te vormen in de christelijke leer en de katholieke beginselen, en hun krachten te bundelen ter doorvoering van een hervorming van de maatschappij “in de geest van het Evangelie”, zoals Pius XI zegt in de aanhef van “Paus Pius XI - Encycliek
Quadragesimo Anno
Over de aanpassing van de sociale orde
(15 mei 1931)
". Nu deze verenigingen zijn uitgegroeid volgens de bedoelingen van de oprichters, en zelfs sterker dan zij hadden durven verwachten, is er geen reden, er minder belangstelling voor te tonen; integendeel, wie goed ziet, zal juist nu de tijd gekomen achten om de volle vruchten te plukken van de arbeid en de offers van het verleden, om de maatschappij zo goed mogelijk uit te bouwen in christelijke zin en zo op de beste wijze de ware belangen van het volk te dienen.

Het ligt zelfs in de lijn van de ontwikkeling, dat de groei van de maatschappij leidt tot een rijkere en meer gedifferentieerde organisatie. Niet alleen het veranderde inzicht, maar ook de natuurlijke drang van de omstandigheden en een hogere ontwikkeling leiden tot de organische opbouw van de maatschappij, welke door de sociale leer van de Kerk steeds is gepropageerd. Steeds meer levensgebieden worden in het geordend maatschappelijk leven opgenomen; steeds meer worden de belanghebbenden door de overheid betrokken in het overleg op hoger en lager niveau, en zelfs met openbaar gezag bekleed. Wanneer wij de regeling en ordening van deze levensgebieden niet willen overlaten aan de burgerlijke overheid alleen, dan zal het maatschappelijke leven naar voren moeten treden - en hoe kan dat anders dan georganiseerd -; en als wij in ons levensbeschouwelijk verdeelde land de katholieke opvattingen willen doen gelden, dan kan dit in het algemeen in een geordende maatschappij moeilijk anders dan organisatorisch.

Wij menen dan ook op ons land te moeten toepassen, wat Paus Pius XII schreef aan de Zwitserse Bisschoppen:

"Al kan weliswaar een overmatig organiseren, vooral op godsdienstig gebied, schadelijk werken, toch is er omgekeerd een gemakzuchtige organisatiemoeheid die in onze dagen beslist niet op haar plaats is” Paus Pius XII, Brief, Aan de Zwitserse Bisschoppen (1 jan 1943)

De grote dingen gebeuren in de zich zelf besturende wereld van vandaag in grote verbanden. Wij zouden het als een misvatting en een minder gelukkige reactie zien, als de drang naar meer persoonlijkheid een nadelige terugslag zou hebben op het katholiek organisatieleven. Wanneer wij meer in de diepte willen werken, moeten wij toch de uiterlijke gelederen niet verzwakken. Wel moet men goed bedenken, dat er in het kerkelijk en maatschappelijk leven groei en ontwikkeling moet zijn en dat vormen en methoden van apostolaat telkens weer gecorrigeerd moeten worden, gelijk een boom op gezette tijden gesnoeid moet worden. Kritisch onderzoek en correctie zijn daarom gezond, mits gedragen door begrip en waardering en met zuiver gevoel voor leiding, welke de kerkelijke overheid in deze geeft.

Ook moet ons apostolaat en onze actie op alle terreinen nieuw élan putten uit bezinning op onze christelijke idealen. In het licht van oorsprong en doel der organisaties zullen de bestuurders de juiste waardering kunnen hebben voor het werk, waaraan zij zich geven, en zullen zij niet uit het oog verliezen, dat concrete vormen en methoden, hoe belangrijk ook, een relatieve waarde hebben. Op diepgang en innerlijke groei zal men evenzeer bedacht moeten zijn als op ledental en uitwendige kracht. Dan zal er ook altijd voldoende ruimte gelaten worden tot ontplooiing van persoonlijke gaven, en zal het gevaar vermeden kunnen worden van verstarring en exclusivisme.

Ook dat heeft onze heilige Vader de Paus ons duidelijk voorgehouden, toen hij zei:

"De gedachte zij verre van Ons, de organisatie te geringschatten of haar waarde te onderschatten als factor van apostolaat; Wij achten haar integendeel zeer hoog, vooral in een wereld waarin de tegenstanders van de Kerk steunen op de hechte massa van hun organisaties. Maar zij moet niet tot benepen exclusivisme leiden. Laat voor eenieder binnen het kader van uw organisatie genoeg ruimte open, om persoonlijke eigenschappen en gave te ontplooien bij alles wat dienen kan tot welzijn en tot stichting…, en verheugt u, wanneer gij buiten uw rangen anderen, door Gods geest geleid, hun broeders voor Christus ziet winnen”. Paus Pius XII, Toespraak, Tot het eerste internationale congres voor lekenopostolaat, De quelle consolation (14 okt 1951)

Wanneer ons collectief en georganiseerd apostolaat maar altijd voortkomt uit dat echt persoonlijk apostolaat, dus uit de liefde, dan zullen wij de nederigheid en de soepelheid bezitten om niet eng en egoïstisch te zijn, en om ruimte en mogelijkheid open te laten, zowel voor andere krachten als voor nieuwe vormen.

Document

Naam: DE KATHOLIEK IN HET OPENBARE LEVEN VAN DEZE TIJD
Bisschoppelijk Mandement 1954
Soort: Nederland
Auteur: De Bisschoppen van Nederland
Datum: 1 mei 1954
Copyrights: © 1954, Brochure van de Nederlandse Bisschoppen
Bewerkt: 25 februari 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test