CODEX IURIS CANONICICodex van het Canonieke recht
(Soort document: Wetboek)
Aucturitate Ioannis Pauli PP. II -
25 januari 1983
§ 1 De rechter dient, na het ontvangen van het verzoek en na de partijen gehoord te hebben, ten spoedigste te beslissen of de voorgelegde incidentele vraag gegrond lijkt en verband lijkt te houden met het hoofdgeding, dan wel of zij van een dergelijk gewicht is dat zij door een tussenvonnis opgelost moet worden of door een decreet.
§ 2 Indien hij echter oordeel dat de incidentele vraag niet opgelost moet worden vóór het eindvonnis, dient hij te beslissen dat er rekening mee gehouden wordt wanneer de hoofdzaak beslecht wordt.
§ 1 Indien de incidentele vraag opgelost moet worden bij vonnis, dienen de normen met betrekking tot het mondeling contentieus proces in acht genomen te worden, tenzij voor de rechter, rekening houdend met de ernst van de zaak, iets anders verkieslijk lijkt.
§ 2 Indien zij echter opgelost moet worden bij decreet, kan de rechtbank de zaak aan een onderzoeksrechter of aan de voorzitter toevertrouwen.