• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 In het decreet waardoor het verzoekschrift van de eiser aanvaard wordt, moet de rechter of de voorzitter de overige partijen in het geding roepen ofwel dagvaarden om het geschil vast te leggen, hierbij bepalend of ze schriftelijk moeten antwoorden of voor hemzelf moeten verschijnen voor het aflijnen van de geschilpunten. Indien hij echter uit de schriftelijke antwoorden de noodzaak afleidt om de partijen op te roepen, kan hij dit door een nieuw decreet bepalen.

§ 2 Indien het verzoekschrift als aanvaard beschouwd wordt volgens can. 1506, moet het decreet van dagvaarding in het geding uitgevaardigd worden binnen twintig dagen na het aandringen waarover in die canon.

§ 3 Indien echter de partijen in geschil feitelijk voor de rechter verschijnen ter behandeling van hun zaak, is een dagvaarding niet nodig, maar dient de secretaris in de akten te vermelden dat de partijen in het geding aanwezig geweest zijn.

§ 1 Het decreet van dagvaarding in het geding moet onmiddellijk aan de gedaagde partij ter kennis gebracht worden, en tegelijk aan de overigen die moeten verschijnen, bekend gemaakt worden.

§ 2 Het inleidend verzoekschrift van het geschil dient bij de dagvaarding gevoegd te worden, tenzij de rechter op grond van ernstige redenen meent dat het verzoekschrift niet bekend gemaakt moet worden aan een partij, voordat deze haar verklaringen in het geding afgelegd heeft.

§ 3 Indien het geschil gericht is tegen iemand die niet over de vrije uitoefening van zijn rechten beschikt of over het vrije beheer van de goederen waarover getwist wordt, moet, naargelang van het geval, de dagvaarding ter kennis gebracht worden van de voogd, de curator, de bijzondere procurator, of van degene die volgens het recht ertoe gehouden is in diens naam het geding op zich te nemen.

§ 1 De mededeling van de dagvaardingen, decreten, vonnissen en andere gerechtelijke akten moet per post geschieden of op een andere wijze die zeer veilig is, met inachtneming van de normen door de particuliere wet bepaald.

§ 2 Het feit en de wijze van mededeling moet in de akten vastgelegd zijn.

De gedaagde die het document van dagvaarding weigert te ontvangen, of die verhindert dat de dagvaarding hem bereikt, dient als wettig gedagvaard beschouwd te worden.
Indien de dagvaarding niet wettig betekend is, zijn de akten van het proces nietig, behoudens het voorschrift van can. 1507, § 3.
Wanneer de dagvaarding wettig betekend is of de partijen voor de rechter verschenen zijn om de zaak te behandelen:
  1. houdt de zaak op in de oorspronkelijke toestand te zijn;
  2. wordt de zaak een zaak van die, overigens bevoegde, rechter of rechtbank, bij welke de vordering ingesteld is;
  3. wordt de rechterlijke macht van een gedelegeerde rechter zo bevestigd dat zij niet wegvalt door het ophouden van het recht van de delegerende;
  4. wordt de verjaring onderbroken tenzij iets anders voorzien is;
  5. wordt het geschil hangende; en geldt bijgevolg onmiddellijk het principe "hangende het geschil mag niets veranderd worden".

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 20 mei 2022

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test