Aucturitate Ioannis Pauli PP. II - 25 januari 1983
| CODEX IURIS CANONICI Codex van het Canonieke recht |
|||
| ► | HEILIGINGSTAAK VAN DE KERK | ||
| ► | OVERIGE HANDELINGEN VAN GODDELIJKE EREDIENST | ||
| ► | Geloften en eed | ||
| ► | Gelofte | ||
§ 1 Een gelofte, dit is een weloverwogen en vrijwillige belofte aan God gedaan met betrekking tot een mogelijk en beter goed, moet volbracht worden krachtens de deugd van godsdienstigheid.
§ 2 Tenzij zij door het recht ervan weerhouden worden, zijn allen die over het vereiste gebruik van het verstand beschikken, bekwaam tot het afleggen van een gelofte.
§ 3 Een gelofte afgelegd onder invloed van ernstige en onrechtmatige vrees, of op grond van bedrog, is van rechtswege nietig.
§ 2 Plechtig is een gelofte als zij door de Kerk als zodanig erkend is; anders is zij eenvoudig.
§ 3 Persoonlijk is een gelofte waardoor een handeling beloofd wordt van degene die ze aflegt; zakelijk is een gelofte waardoor een zaak beloofd wordt; gemengd is een belofte die zowel persoonlijk als zakelijk van aard is.