• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In haar grote zorg voor de bescherming van het gezin, niet slechts in zijn godsdienstige maar in al zijn dimensies, heeft de Bisschoppensynode niet nagelaten met bijzondere aandacht enige situaties te onderzoeken die, in godsdienstige en dikwijls in burgerlijk opzicht, onregelmatig zijn en die zich bij de huidge snelle veranderingen in het cultuurpatroon helaas ook steeds meer onder de katholieken verspreiden, tot niet geringe schade voor het gezin en voor de maatschappij waarvan het gezin de fundamentele cel vormt.
Een eerste onregelmatige situatie wordt gevormd door het zogenaamde "proefhuwelijk", dat velen in deze tijd willen rechtvaardigen door er een zekere waarde aan toe te kennen. Alleen al het menselijk verstand wijst de onaanvaardbaarheid ervan aan, want het laat zien hoe weinig passend het is dat men een proef neemt met menselijke personen, wier waardigheid veeleer eist dat zij altijd en alleen doel zijn van de liefde die zich aan ieder van beide personen wegschenkt zonder enig voorbehoud van tijd of van een andere omstandigheid.

De Kerk kan van haar kant zo'n vorm van samenleving niet toestaan om andere bijzondere en oorspronkelijke redenen die voortvloeien uit het geloof. Van de ene kant is namelijk de gave van het lichaam in de seksuele relatie het werkelijke teken van de schenking van de hele persoon; een dergelijke schenking kan echter in de actuele heilseconomie niet in volle waarheid geschieden zonder de medewerking van de geestelijke liefde die door Christus geschonken wordt. Van de andere kant is het huwelijk van twee gedoopten het werkelijke symbool van de vereniging van Christus met de Kerk, een vereniging die niet tijdelijk is en "op proef" maar eeuwig trouw; daarom kan tussen twee gedoopten slechts een onontbindbaar huwelijk bestaan.

Gewoonlijk kan zo'n situatie niet overwonnen worden, als de menselijke persoon er niet toe is opgevoed, vanaf zijn kinderjaren, om, met de hulp van de genade van Christus, en zonder vrees, de opkomende begeerte te beheersen en om met anderen banden van waarachtige liefde aan te knopen. Dit kan niet bereikt worden zonder een serieuze opvoeding tot echte liefde en tot het juiste gebruik van de seksualiteit, een opvoeding die de menselijke persoon in al zijn dimensies, en dus ook in zijn lichamelijke dimensie, voert tot de volheid van het mysterie van Christus.

Het zal zeer nuttig zijn een onderzoek in te stellen naar de oorzaken van dit verschijnsel, ook naar zijn psychologische en sociologische aspecten, om te bereiken dat men er een passende therapie voor vindt.

Er bestaan ook vrije samenlevingen zonder enige band die het karakter hebben van een publiek erkende instelling, hetzij burgerlijk hetzij kerkelijk. Ook dit verschijnsel - dat ook steeds vaker voorkomt - moet vanzelfsprekend de aandacht trekken van de zielenherders, ook omdat er redenen aan ten grondslag kunnen liggen die veel van elkaar verschillen en waarvan de gevolgen wellicht beperkt kunnen worden als men deze redenen nauwkeurig leert kennen.

Sommigen voelen er zich als het ware toe genoodzaakt door moeilijke situaties - economische, culturele en godsdienstige - in zover zij, door op wettige wijze te trouwen, blootgesteld zouden worden aan schade, aan het verlies van economische voordelen, aan onrechtvaardige discriminatie enz. Bij anderen daarentegen ontmoet men een houding van minachting, van verzet of verwerping van de maatschappij, van het gezin als instituut, van de sociaal-politieke orde, of een houding van alleen maar genot zoeken. Anderen tenslotte worden ertoe gedwongen door volstrekte onwetendheid of uiterste armoede, soms door een situatie die ontstaan is uit werkelijk onrechtvaardige omstandigheden, of uit een bepaalde psychische onrijpheid die hen onzeker maakt en bevreesd een vaste en definitieve verbintenis aan te gaan. In sommige landen erkennen de traditionele gewoonten het echte en eigenlijke huwelijk eerst na een periode van samenleving en na de geboorte van het eerste kind.

Al deze elementen stellen de Kerk voor moeilijke pastorale problemen wegens de ernstige gevolgen die eruit voortvloeien, zowel godsdienstige als zedelijke (verlies van de godsdienstige betekenis van het huwelijk, voor zover het beschouwd wordt als een verbond van God met zijn volk; beroving van de genade van het sacrament; zware ergernis) alsook sociale (afbraak van het begrip "gezin"; verzwakking van de zin voor trouw, ook jegens de maatschappij; mogelijke psychische trauma's bij de kinderen; versterking van het egoïsme).

De herders en de kerkelijke gemeenschap zullen deze situaties en hun ware oorzaken moeten kennen, geval voor geval om samenlevenden met discretie en respect te benaderen; zij moeten te werk gaan met de geduldige voorlichting, liefdevolle correctie en christelijk gezinsgetuigenis die de weg kunnen effenen voor het gezondmaken van deze situatie. Maar zij moeten vooral preventief te werk gaan, door de zin van trouw te ontwikkelen in heel de zedelijke en godsdienstige opvoeding van de jongeren; door hen te onderrichten over de voorwaarden en de structuren die de trouw begunstigen, zonder welke er geen werkelijke vrijheid bestaat; door hen te helpen geestelijk rijper te worden, door hen de echte menselijke en bovennatuurlijke rijkdom van het sacrament van het huwelijk te leren begrijpen.

Het volk Gods moet ook de burgerlijke overheid bewerken, opdat deze weerstand biedt aan de tendensen die de maatschappij zelf ontbinden en schadelijk zijn voor de waardigheid, het welzijn en de voorspoed van de afzonderlijke burgers en opdat zij zich inspant om te voorkomen dat de publieke opinie ertoe gebracht wordt het belang van het huwelijk en het gezin als instituut te onderschatten. En aangezien in veel streken de jongeren, wegens de uiterste armoede die het gevolg is van onrechtvaardige of ontoereikende sociaaleconomische structuren, niet in staat zijn op passende wijze te trouwen, moeten de maatschappij en de regeringen het wettige huwelijk begunstigen door een gezinsinkomen te garanderen, door beslissingen te nemen over een huisvesting die geschikt is voor het gezinsleven, door passende arbeids- en levensmogelijkheden te verschaffen.

Steeds vaker komt het voor dat katholieken om ideologische of praktische redenen er de voorkeur aan geven alleen burgerlijk te trouwen en het kerkelijke huwelijk afwijzen of minstens uitstellen. Hun situatie kan niet zonder meer gelijk gesteld worden met die van degenen die samenleven zonder enige verbintenis, aangezien er bij hen tenminste een zekere verantwoordelijkheidszin bestaat om een nauwkeurig bepaalde en waarschijnlijk bestendige levensstaat te voeren, ook al is dikwijls het vooruitzicht op een mogelijke echtscheiding aanwezig. Omdat zij van de kant van de Staat de publieke erkenning van hun verbintenis zoeken, tonen deze echtparen dat zij bereid zijn met de voordelen ook de verplichtingen ervan op zich te nemen. Desondanks is ook deze situatie niet aanvaardbaar voor de Kerk.

De pastorale actie moet ernaar streven de noodzaak duidelijk te maken van overeenstemming tussen de levenskeuze en het geloof dat men belijdt. Zij zal al wat mogelijk is doen om zulke personen ertoe te brengen hun situatie in overeenstemming te brengen met de christelijke beginselen. Met hoe grote liefde de herders van de Kerk hen ook behandelen en met hoe grote ijver zij hen ook aansporen tot deelname aan het leven van hun eigen gemeenschappen, toch mogen zij hen helaas niet toelaten tot de sacramenten.

Diverse redenen, zoals echtelijke ruzies, het onvermogen zich open te stellen voor echte intermenselijke betrekkingen enz., kunnen het geldige huwelijk op smartelijke wijze naar een vaak onherstelbare breuk voeren. Het uit-elkaar-gaan moet natuurlijk gezien worden als een laatste hulpmiddel, nadat alle andere pogingen ijdel zijn gebleken.

Eenzaamheid en andere moeilijkheden zijn vaak het lot van de alleen gebleven partij, vooral als deze onschuldig is. In dit geval moet de kerkelijke gemeenschap deze meer dan ooit steunen, haar achting, solidariteit, begrip en concrete hulp verlenen, zodanig dat het haar mogelijk is de trouw te bewaren, ook in de moeilijke situatie waarin zij zich bevindt; bovendien moet zij haar helpen de plicht tot vergeving, die eigen is aan de christelijke liefde, te beoefenen alsook de bereidheid eventueel het vroegere echtelijke leven weer op te nemen.

Volkomen hieraan gelijk is het geval van de partner die een echtscheiding heeft moeten ondergaan, maar zich wel bewust is van de onontbindbaarheid van de geldige huwelijksverbintenis en zich niet laat verwikkelen in een nieuwe verbintenis, maar zich integendeel inzet tenminste voor de vervulling van zijn gezinsplichten en van de verplichtingen van het christelijk leven. In zo'n geval krijgt het voorbeeld van trouw en christelijke standvastigheid een bijzondere waarde als getuigenis tegenover de wereld en voor de Kerk, die hierdoor nog meer gedwongen wordt tot nog meer noodzakelijke en onophoudelijke activiteit om haar liefde te betonen en hulp te bieden, terwijl er geen enkel bezwaar is tegen de toelating tot de sacramenten.

Helaas toont de dagelijkse ervaring aan dat degenen die hun toevlucht nemen tot echtscheiding, meestal de bedoeling hebben een nieuwe levensverbintenis aan te gaan, uiteraard niet met de katholieke godsdienstige ritus. Aangezien het hier om een plaag gaat die, evenals andere, ook de katholieke milieus steeds verder aantast, moet dit probleem zonder uitstel zorgvuldig aangepakt worden. De synodevaders hebben het uitdrukkelijk bestudeerd. De Kerk, die ingesteld is om alle mensen en vooral de gedoopten tot het heil te brengen, kan uiteraard degenen die - reeds gebonden door een sacramentele huwelijksverbintenis - opnieuw zijn getrouwd, niet aan zichzelf overlaten. Daarom zal zij zich steeds onvermoeibaar inspannen om hun haar heilsmiddelen ter beschikking te stellen.

De herders moeten weten dat zij, uit liefde voor de waarheid, verplicht zijn de situaties goed te onderscheiden. Er is immers verschil tussen degenen die zich oprecht ingespannen hebben om hun eerste huwelijk te redden, maar op volkomen onrechtvaardige wijze in de steek gelaten zijn, en degenen die door hun eigen zware schuld een kerkrechtelijk geldig huwelijk stuk gemaakt hebben. Tenslotte zijn er degenen die een nieuwe verbintenis zijn aangegaan met het oog op de opvoeding van de kinderen en die soms in geweten overtuigd zijn dat het vorige huwelijk, dat onherstelbaar verbroken is, nooit geldig is geweest.

Samen met de synode spoor ik de herders en heel de gemeenschap van gelovigen vurig aan de gescheidenen te helpen en met zorgzame liefde ervoor te waken dat zij niet als van de Kerk gescheidenen worden beschouwd, daar zij als gedoopten mogen en zelfs moeten deelnemen aan haar leven. Zij dienen daarenboven aangespoord te worden naar het Woord Gods te luisteren, het misoffer bij te wonen, te volharden in het gebed, de werken van naastenliefde en alle initiatieven van de gemeenschap ten bate van de rechtvaardigheid te begunstigen, de kinderen op te voeden in het christelijk geloof, zich toe te leggen op de geest en op de werken van boetvaardigheid om zo van dag tot dag de genade van God af te smeken. De Kerk moet voor hen bidden, hen aanmoedigen, zich een barmhartige moeder tonen en hen zo steunen in het geloof en de hoop.

Niettemin bevestigt de Kerk haar praktijk, gebaseerd op de heilige Schrift, de hertrouwde gescheidenen niet tot de communie toe te laten. Zij verhinderen immers zelf dat zij toegelaten worden, aangezien hun levensstaat en situatie objectief in tegenspraak zijn met de liefdesgemeenschap tussen Christus en de Kerk, die in de Eucharistie haar teken en verwerkelijking vindt. Er is bovendien nog een andere, speciaal pastorale reden: als men deze mensen tot de communie toelaat, zullen de gelovigen in dwaling en verwarring gebracht worden omtrent de leer van de Kerk over de onontbindbaarheid van het huwelijk. De verzoening in het sacrament van de Boete, die de weg opent naar het sacrament van de Eucharistie, kan verder alleen verleend worden aan degenen die er berouw over hebben dat zij het teken van het verbond en de trouw van Christus geschonden hebben en die oprecht bereid zijn een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dit brengt concreet mee dat de man en de vrouw "de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, d.w.z. zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden" H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Bij de sluiting van de 7e Bisschoppensynode (over het Gezin) (25 okt 1980), 7, wanneer zij om serieuze redenen - zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen - niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan.

Het respect dat verschuldigd is aan het sacrament van het Huwelijk, alsmede aan de echtgenoten zelf, aan hun gezinsleden en ook aan de gemeenschap van de gelovigen, verbiedt eveneens aan alle herders, om welk motief of om welke pastorale reden ook, voor gescheidenen die hertrouwen, plechtigheden van welke aard ook te organiseren. Deze zouden namelijk de indruk geven van de viering van een nieuw sacramenteel en geldig huwelijk en bijgevolg tot dwaling leiden omtrent de onontbindbaarheid van het geldig gesloten huwelijk.

Door zo te handelen, belijdt de Kerk haar trouw aan Christus en aan zijn waarheid; en tegelijkertijd gedraagt zij zich als een bezorgde moeder jegens deze kinderen van haar, speciaal jegens hen die buiten hun schuld in de steek gelaten zijn door hun wettige partner.

Zij gelooft bovendien vol vertrouwen dat allen die zich verwijderd hebben van het gebod van de Heer en nog in zo'n situatie leven, van God de genade van de bekering en van het heil kunnen verkrijgen, als zij volharden in het gebed, in de boete en in de liefde.

Document

Naam: FAMILIARIS CONSORTIO
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 22 november 1981
Copyrights: © 1982, Stg. Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 1 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test