Paus Pius XII - 24 december 1942
| CON SEMPRE Kerstboodschap 1942 |
|||
| ► | Aanroeping tot de Verlosser van de wereld | ||
En waar zoudt gij deze gelofte voor de vernieuwing van de gemeenschap met rustiger zekerheid en vertrouwen en met werkdadiger geloof kunnen neerleggen dan aan de voeten van de "Verlangde aller volken", die in de kribbe vóór ons ligt in heel de bekoorlijkheid van Zijn lieve kindsheid, maar ook in de aangrijpende aantrekkingskracht van Zijn beginnende zending als Verlosser? Op welke plaats zou die edele en heilige kruistocht voor de zuivering en de vernieuwing van de gemeenschap een klaarder uitgedrukte wijding kunnen krijgen en een krachtiger prikkel kunnen vinden dan te Bethlehem, waar in het aanbiddelijk geheim van de menswording de nieuwe Adam verscheen, uit wiens bronnen van waarheid en genade de mensheid in ieder geval het heilzame water moet putten, als zij niet wil omkomen in de woestijn van dit leven? "Van Zijn volheid hebben wij allen ontvangen." (Joh. 1, 16) Zijn volheid van waarheid en genade stort zich, gelijk nu reeds twintig eeuwen, zo ook heden met onverminderde kracht over de wereld uit. Machtiger dan de duisternis is Zijn licht; de straal Zijner liefde is sterker dan de verkillende zelfzucht, die zo vele mensen er van terughoudt hun beter wezen te laten groeien en tot uiting te laten komen. Gij, vrijwillige kruisvaarders van een nieuwe, edele gemeenschap, heft het nieuwe labarum van zedelijke en christelijke wedergeboorte omhoog; verklaart de oorlog aan de duisternis van de afval van God, aan de koude adem van de tweedracht onder broeders, een oorlog in naam van een zwaar zieke mensheid, die genezen moet worden in naam van het tot christelijke hoogte opgestegen geweten.