• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

ZIJN EN LIEFDE DRUKKEN DE ESSENTIëLE WAARHEID UIT OVER GOD
23e catechese over de Geloofsbelijdenis

"Wij geloven dat deze enige God ook in zich volstrekt één is, zowel in zijn oneindig heilig Wezen als in elk van zijn volmaakte attributen: almacht, onbegrensde kennis, voorzienigheid, wil en liefde. Hij is die is, zo heeft Hij zichzelf aan Mozes geopenbaard, en Hij is Liefde leert ons de apostel Johannes. In beide namen, Zijn en Liefde, ligt dus op onnaspeurlijke wijze de goddelijke werkelijkheid zelf vervat van Hem die zich kenbaar heeft willen maken aan ons. Toch woont Hij in ongenaakbaar licht en staat Hij in wezen boven alle namen, alle dingen en alle geschapen geesten".

Die woorden sprak Paus Paulus VI op 30 juni 1968 bij het einde van het 19e eeuwfeest van de marteldood van de apostelen Petrus en Paulus, in de geloofsbelijdenis die het H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Solemni hac liturgia - Credo van het Volk van God
Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof
(30 juni 1968)
wordt genoemd. Op een breedvoeriger wijze dan de oude symbolums, maar toch bondig en synthetisch, legt het de nadruk op de eerste waarheid over God, die door de Kerk beleden wordt in het symbolum: "Ik geloof in God". Hij is de God die zichzelf heeft geopenbaard, de God van ons geloof. Zijn naam, "Ik ben die is", aan Mozes geopenbaard vanuit de brandende doornstruik aan de voet van de berg Horeb, weerklinkt nog steeds in ons hedendaags symbolum van het geloof. Paus Paulus VI verbindt de Naam - de naam "Zijn" - aan de naam "Liefde" (volgens het woord in de eerste brief van Sint-Jan). Beide namen geven op de meest wezenlijke manier de waarheid weer over God.

Hier moeten we op terugkomen als we ons vragen stellen over het wezen van God en als we de vraag trachten te beantwoorden: wie is God?

Paus Paulus VI verwijst naar de naam van God: "Ik ben die is", in het boek Exodus. Volgens de leerstellige en theologische traditie van vele eeuwen ziet hij de openbaring van God als "Zijn",. in de taal van de wijsbegeerte van het zijn (ontologie en metafysica), gebruikt door Thomas van Aquino, drukt het eeuwig-bestaande Zijn het wezen van God uit. Wij moeten hier aan toevoegen dat de zuiver taalkundige interpretatie van de woorden: "Ik ben die is", verwijst naar nog andere mogelijke betekenissen waarover wij later zullen spreken. De woorden van Paulus VI werpen een duidelijk licht op het feit dat de Kerk, antwoordend op de vraag: "Wie is God?", blijft uitgaan van het "zijn", en dat in overeenstemming met de patristische en eeuwenlange theologische traditie. Men ziet niet in op welke andere wijze men een verdedigbaar en gemakkelijk toegankelijk antwoord kan formuleren.

Het woord waardoor God zichzelf openbaart, door zich uit te drukken in de 'terminologie van het zijn', wijst op een bijzonder verband tussen de taal van de Openbaring en de taal van de menselijke kennis van de werkelijkheid, die reeds vanaf de oudheid werd gekenmerkt als 'eerste filosofie'. De taal van die filosofie laat ons toe de naam van God als 'Zijn' enigszins te benaderen. Maar al is deze taal een middel, toch kunnen wij die geopenbaarde Naam, die het wezen van God uitdrukt, nauwelijks 'met moeite spellen' - zoals een van de meest eminente vertegenwoordigers van de thomistische school van onze eeuw uitdrukte, als een echo van Sint-Thomas van Aquino zelf vgl. E. Gilson, Le Thomisme, Parijs 1944. Bovendien is de menselijke taal niet bij machte het 'die is' van God op een geheel passende en afdoende wijze uit te drukken! Onze denkbeelden en uitdrukkingen over God kunnen slechts zeggen wat Hij niet is, niet wat Hij is Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 12, a 12 e.v..

"Ik ben die is". De God die Mozes met die woorden antwoordt, is ook "de Schepper van hemel en aarde", Een ogenblik vooruitlopend op wat wij in de volgende katechesen gaan uiteenzetten, willen wij in verband met de geopenbaarde waarheid over de schepping zeggen, dat wij er wel rekening moeten mee houden, dat het woord 'scheppen' volgens de algemeen aanvaarde interpretatie betekent: tot het zijn roepen uit het niet zijn, d.w.z. uit het 'niets'. Geschapen-zijn betekent, dat de oorsprong, de bestaansoorzaak niet in het schepsel ligt, maar dat ze die van een Ander ontvangt. In het Latijn drukt men dat uit met de woorden: "Ens ab alto". Hij die schept - de Schepper bezit echter het bestaan in zich en uit zichzelf (ens a se).

Het zijn behoort tot zijn substantie: zijn wezen is het zijn. Hij is het eeuwig-bestaand Wezen. Juist daarom kan Hij niet niet-zijn; Hij is het 'onmisbare' zijn. In tegenstelling met God, die het 'onmisbare zijn' is, kunnen de wezens die hun bestaan van Hem ontvangen, d.w.z. de schepselen, ook niet zijn: het zijn behoort niet tot hun wezen; zij zijn 'accidentele' wezens.

Deze overwegingen i.v.m. de geopenbaarde waarheid over de schepping van de wereld, helpen ons iets te begrijpen over God als het 'Zijn'. Ze laten ook toe dit 'Zijn' in verband te brengen met het antwoord dat Mozes ontving op zijn vraag naar de naam van God: "Ik ben die is". In het licht van die beschouwingen krijgen ook de plechtige woorden die de heilige Catherina van Siëna hoorde hun volle klaarheid: "Gij zijt die niet zijt, Ik ben die Is" Raymondus van Capua, Levensbeschrijving van de Heilige Catharina van Siena, Lengenda Major. I 10. Dat is het wezen van God; dat is de naam van God die te lezen staat in de kern van het geloof, geïnspireerd door zijn 'zelfopenbaring', welke bevestigd werd in het licht van de totale waarheid die ligt in de gedachte over de schepping. Als wij naar God willen verwijzen, past het dat wij het 'Ik BEN' en het 'IS' in hoofdletters schrijven, terwijl wij voor de schepselen de kleine letters voorbehouden. Dat zou het teken zijn van een juiste wijze van denken over God in de categorieën van het 'zijn'.

In het ipsum Esse Subsistens - d.w.z. de absolute volheid van het Zijn en dus de totale volmaaktheid - is God volledig transcendent t.o.v. de wereld. Met zijn wezen - met zijn godheid 'staat Hij boven' en 'overstijgt Hij' al het geschapene op een oneindige wijze: zowel ieder schepsel afzonderlijk, hoe volmaakt ook, als de schepping in haar geheel: de zichtbare en onzichtbare schepselen.

Zo begrijpt men dat de God van ons geloof, Hij die is, de God is van de oneindige majesteit. Die majesteit is de glorie van het goddelijke Zijn, de glorie van de Naam van God, zo menigmaal geprezen in de H. Schrift.

"Heer, onze God, hoe vol macht is uw naam wijd en zijd op de aarde!" (Ps. 8, 2).
"Machtig zijt Gij, werker van wonderen, Gij, O God, Gij alleen!" (Ps. 86, 10).
"Jahwe, niemand is aan U gelijk ... " (Jer. 10, 6).

Voor de God van die ontzaglijke glorie kunnen wij slechts in een houding van nederige en blijmoedige aanbidding de knieen buigen, terwijl wij met de liturgie de woorden van het Te Deum herhalen: "Pleni sunt co eli et terra majestatis gloriae tuae ... Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia: Patrem immensae majestatis" : "Vol zijn hemel en aarde van de majesteit uwer glorie ... U prijst over heel het aardrijk de heilige Kerk: de Vader, onmetelijke majesteit".

Document

Naam: ZIJN EN LIEFDE DRUKKEN DE ESSENTIëLE WAARHEID UIT OVER GOD
23e catechese over de Geloofsbelijdenis
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 augustus 1985
Copyrights: © 1992, Centrum voor Katholiek Vormingswerk, Lanklaar
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test