• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Deze gedragslijn van Christus ten opzichte van de vrouwen heeft de apostolische gemeenschap trouw onderhouden. Hoewel de heilige Maria een bijzondere plaats innam in de kleine kring die na de hemelvaart van de Heer in het cenakel bijeen was gekomen Vgl. Hand. 1, 14 , werd zij toch niet in het college van de twaalf apostelen opgenomen, toen het over de verkiezing ging waarvan de aanwijzing van Mattias de uitslag was; want er waren twee leerlingen voorgesteld waarvan de Evangeliën zelfs de namen niet noemen.

Op Pinksterdag werden allen, mannen en vrouwen, vervuld van de Heilige Geest Vgl. Hand. 2, 1 Vgl. Hand. 1, 14 , maar alleen Petrus met de elf verhief zijn stem om te verkondigen, dat in Jezus de profetieën waren vervuld (Hand. 2, 14).

Toen zij en Paulus de grenzen van de joodse wereld overschreden, waren zij, om het evangelie en het christelijk leven aan mensen te verkondigen die aan de Griekse en Romeinse cultuur en beschaving gewend waren, genoodzaakt, nu en dan zelfs met pijn, aan het onderhouden van de mozaïsche wet een einde te maken. Zij hadden dus, tenzij het hun overtuiging was op dit punt trouw aan Christus te moeten blijven, op het idee kunnen komen vrouwen de wijding toe te dienen. Bij de grieken van die tijd waren er vele offers aan bepaalde goden die door vrouwen pleegden voltrokken te worden. De grieken weken namelijk van de opvattingen van de joden af: ofschoon hun filosofen verkondigden, dat de vrouw minder is dan de man, bestonden er onder hen toch stromingen om de waardigheid van de vrouw enigszins te bevorderen welke geschiedschrijvers vermeldenswaard vonden en die in de keizertijd toenamen. Inderdaad blijkt uit de Handelingen van de Apostelen en de brieven van de heilige Paulus, dat sommige vrouwen met de apostel samenwerkten voor het evangelie Vgl. Rom. 16, 3-12 Vgl. Fil. 4, 3 ; en dankbaar noemt hij de namen van enkelen bij de groeten waarmee hij zijn brieven besluit; bij het bewerken van bekeringen hadden verschillende van deze vrouwen geen gering aandeel, zoals Priscilla, Lydia en anderen; vooral echter Priscilla, want Priscilla en Aquila namen Apollos mee en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit Vgl. Hand. 18, 26 ; ook Febe, die diacones van de gemeente te Kénchreae was Vgl. Rom. 16, 1 . Uit dit alles blijkt duidelijk, dat de gebruiken van de Kerk van de apostelen ver afweken van de gebruiken van de joden; toch hebben zij er nooit aan gedacht aan deze vrouwen de wijding toe te dienen.

Exegeten van naam hebben erop gewezen, dat er in de brieven van Paulus verschillende zegswijzen door de apostel worden gebruikt, want, als hij schrijft mijn medearbeiders (Rom. 16, 3)(Fil. 4, 2-3), noemt hij zonder onderscheid mannen en vrouwen die hem op een of andere wijze helpen bij het evangelie; de naam Gods medewerkers (1 Kor. 3, 9) Vgl. 1 Tess. 3, 2 reserveert hij voor Apollos, Timóteüs en zichzelf, Paulus, daar zij immers onmiddellijk voor de apostolische bediening en de prediking van het woord Gods zijn afgezonderd. Hoe belangrijk de taak van de vrouwen op de dag van de verrijzenis ook was geweest, toch werd haar medewerking door Paulus niet zodanig uitgestrekt, dat zij de openbare taak vervulden officieel de boodschap te verkondigen welke het eigene is van de ene apostolische zending.

Document

Naam: INTER INSIGNIORES
Verklaring aangaande de vraag over het toelaten van vrouwen tot het ambtelijk priesterschap
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Franjo Kardinaal Seper
Datum: 15 oktober 1976
Copyrights: © 1977, Archief van de Kerken jrg. 32 nr. 7 blz. 283-296
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test