H. Paus Johannes Paulus II - 2 juni 1985
De broers uit Thessaloniki waren niet alleen de erfgenamen van het geloof, maar ook van de cultuur van het oude Griekenland, dat door Byzantium werd voortgezet. Bovendien staat vast hoeveel invloed die erfenis op heel de cultuur van Europa heeft gehad en rechtstreeks of zijdelings op heel de wereld. In het evangelisatiewerk dat zij - als pioniers in de gebieden die door Slavische volkeren werden bewoond - verricht hebben, wordt tevens een voorbeeld gevonden van wat vandaag 'inculturatie' heet - de invoeging namelijk van het evangelie in de autochtone cultuur - en tegelijk het binnenvoeren van die cultuur zelf in het leven van de Kerk.
Daar zij aldus het Evangelie invoegden in de cultuur van de volkeren die zij evangeliseerden, hebben de heilige Cyrillus en Methodius zich zeer verdienstelijk gemaakt voor de vorming en ontwikkeling van die cultuur of liever van veel zulke cultuurvormen. Alle cultuurrichtingen onder de Slavische volkeren danken namelijk hun 'begin' of ontwikkeling aan het werk van de broers uit Thessaloniki. Want door de voortreffelijke en vindingrijke samenstelling van het alfabet voor de Slavische taal hebben zij metterdaad zeer veel en wezenlijk aan de beschaving en literatuur van alle Slavische volkeren bijgedragen.
De vertaling van de heilige boeken, welke door Cyrillus en Methodius samen met hun leerlingen werd uitgevoerd, verleende ook betekenis en 'cultureel' aanzien aan dè Oudslavische liturgische taal, welke voor vele eeuwen niet alleen de kerkelijke, maar ook de officiële en literaire taal werd en zelfs de gangbare taal van de meer ontwikkelde standen onder het grootste deel van de Slavische volkeren en met name onder alle Slaven van de Oosterse ritus. Ze was verder ook in gebruik in de Kerk van het heilig Kruis in Kraków, waar zich Slavische benedictijnenmonniken hadden gevestigd. Hier werden ook de eerste in deze taal gedrukte liturgische boeken uitgegeven. Tot in onze dagen wordt deze taal gebruikt in de Byzantijnse liturgie van de zowel katholieke als orthodoxe Slavische Oosterse kerken van de ritus van Constantinopel in Oost-Europa en het op het Oosten gerichte Zuid-Europa, alsook in enkele landen van West-Europa, evenals ze wordt gebruikt in de Romeinse liturgie van de katholieken in Kroatië.
In de historische ontwikkeling van de Slaven van de Oosterse ritus had deze taal een zelfde soort aandeel als de Latijnse taal in de Westerse wereld; ze werd bovendien langer gehandhaafd - gedeeltelijk zelfs tot de negentiende eeuw - en had een veel directere invloed op de vorming van de literaire talen, vanwege de nauwe verwantschap van denken ermee.
Door deze verdiensten voor de cultuur van alle volkeren en alle Slavische landen is het evangelisatiewerk dat door de heilige Cyrillus en Methodius tot stand werd gebracht, voortdurend aanwezig in de geschiedenis en het leven van deze volkeren en naties.