H. Paus Johannes Paulus II - 2 mei 1995
Ik wend mijn blik naar het Orientale Lumen dat vanuit Jeruzalem straalt Vgl. Jes. 60, 1 Vgl. Openb. 21, 10 , de stad waarin het Woord Gods, omwille van ons heil mens geworden, een jood, “naar het vlees geboren uit het geslacht van David” (Rom. 1, 3)(2 Tim. 2, 8), is gestorven en weer opgestaan ten leven. Toen de Pinksterdag was aangebroken en “allen bijeen waren op dezelfde plaats” (Hand. 2, 1) werd in deze heilige stad de heilige Geest uitgestort over Maria en de leerlingen. Vanuit deze stad verspreidde zich de blijde boodschap over de wereld omdat zij “vervuld werden van de heilige Geest en vrijmoedig het woord Gods verkondigden” (Hand. 4, 31). Vanuit deze stad, de moeder van alle kerken (Hierover merkte Augustinus op: “Waar ligt het beginpunt van de kerk? In Jeruzalum”, H. Augustinus, In Epistulam Ioannis (1 jan 407). II, 2: PL 35, 1990), werd het Evangelie verkondigd aan alle volkeren; vele daarvan beroemen zich erop dat zij een van de apostelen hebben gehad als eerste getuige van de Heer Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 4. In deze stad werden de meest uiteenlopende culturen en tradities in naam van de éne God welkom geheten. Vgl. Hand. 2, 9-11 Met een gevoel van heimwee en dankbaarheid keren wij ons naar die stad, en vinden wij de kracht en het enthousiasme om met nog meer intensiteit te zoeken naar de harmonie in deze waarachtige pluriformiteit van vormen welke het ideaal van de kerk blijft. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 4